Hoe internet radicalisering onder jongeren voedt
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) publiceerde de nieuwe brochure ‘Een web van haat; de online grip van terrorisme en extremisme op minderjarigen’. De AIVD ziet namelijk dat minderjarigen steeds vaker een terroristische dreiging vormen vanwege hun jihadistische of rechts-terroristische gedachtegoed. De laatste tijd zijn er dan ook steeds meer zorgen over minderjarigen die radicaliseren via het internet. Het Openbaar Ministerie (OM) en de Kinderbescherming trokken eind vorig jaar al aan de bel, onder meer nadat een Nederlandse minderjarige jongen verdacht werd van deelname aan de extreemrechtse terreurgroep ‘The Base’. Hij zou, samen met twee andere mannen van 19 en 26 jaar, mensen in chatgroepen hebben geprobeerd aan te zetten tot het plegen van terroristische misdrijven.
De AIVD maakt zich dus grote zorgen, gezien de jongeren waar het om gaat kinderen zijn: de jongen uit bovenstaand voorbeeld is nog maar 16 jaar. De brochure van de AIVD richt zich dan ook specifiek op de online radicalisering van jongeren tussen de 12 en 17 jaar. De AIVD ziet namelijk dat minderjarigen gemakkelijk extremistisch en terroristisch gedachtegoed onder ogen kunnen krijgen via bijvoorbeeld open chatgroepen en kanalen, waardoor zij mogelijk in een online fuik belanden. Daarnaast wordt er content gedeeld via besloten chatgroepen of online privégesprekken, waardoor jongeren steeds vaker bij extremistische netwerken betrokken worden. Het gaat om een groep van ongeveer tientallen minderjarigen die momenteel een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Opvallend is dat zij een extreme geweldsbehoefte kennen – en dat deze behoefte vrij concreet is.
‘Kraamkamer’
Dat jongeren radicaliseren via het internet is geen nieuw fenomeen. Terroristische organisaties maken al langer gebruik van sociale media om jongeren te bereiken. Het is dan ook niet voor niets dat de AIVD in 2012 het internet al ‘de kraamkamer voor het jihadistische gedachtegoed’ noemt. De jihadistische terreurgroep ISIS is hier een goed voorbeeld van. Zij gebruikt internet al sinds de opkomst van het kalifaat, om op deze manier middels propaganda mensen van over de hele wereld te rekruteren. Dit gebeurt vandaag de dag nog steeds. De AIVD stelt dat in deze online propaganda executies en aanslagen uit naam van ISIS worden verheerlijkt. Het geeft een geromantiseerd beeld van het leven in het (toenmalige) kalifaat.
En niet alleen vanuit de jihadistische hoek, ook vanuit de hoek van het rechts-terrorisme wordt er veel gebruikgemaakt van internet om dit gedachtegoed te verspreiden. Hierbij gaat het vooral om het ‘accelerationisme’, waarbij de aanhangers van deze stroming een rassenoorlog willen ontketenen. De content wordt veelvuldig gedeeld in zowel openbare- als besloten chatgroepen.
Extremistische en terroristische content is dus snel toegankelijk voor jongeren. Ook al is het praten over het voorbereiden van terroristische aanslagen voor de meeste jongeren niet concreet, kan het wel anderen inspireren. Internetgedrag kan dus effect hebben op de fysieke veiligheid – en ervoor zorgen dat sommige jongeren wél tot actie willen overgaan.
‘Weet wat je kinderen doen’
Om dit probleem aan te pakken is maatwerk nodig. Algemeen Directeur van de AIVD, Erik Akerboom, roept ouders in het televisieprogramma Bar Laat op om op hun kinderen te letten en mee te kijken met hun internetgedrag: ‘weet wat je kinderen doen’.
Maar niet alleen ouders, ook bijvoorbeeld scholen en sportverenigingen hebben een essentiële rol in het aanpakken van deze problematiek. Want signalen zijn zichtbaar op allerlei plekken waar jongeren samenkomen. Hiervoor is het essentieel dat ook docenten en professionals signalen weten te herkennen, én weten waar zij deze signalen vervolgens kunnen melden. Het probleem is echter dat het erg ingewikkeld is om tekenen van online radicalisering te herkennen. Dit komt doordat er in de chatberichten veel gebruik wordt gemaakt van symboliek. Zo wordt een emoticon van een vinger omhoog bijvoorbeeld gebruikt om steun aan ISIS te betuigen. Terroristische propaganda is dus niet altijd direct herkenbaar.
Hoe kan AVH gemeenten ondersteunen?
Wanneer signalen van (online) radicalisering bij jou als veiligheidsadviseur van een gemeente terechtkomen, is het dus essentieel dat je deze weet te herkennen. Wees je ervan bewust dat de problematiek uit dit soort landelijke publicaties ook lokaal speelt en invloed heeft. Jij hebt daar als veiligheidsadviseur een belangrijke rol in. Er wordt immers veel gebruikgemaakt van symboliek, en als je deze symboliek tijdig weet te herkennen, kunnen er passende interventies worden ingezet. Een integrale aanpak is hierbij essentieel. Agendeer het onderwerp in relevante overleggen (bijvoorbeeld JGO’s) en zoek contact met diverse partners. Denk hierbij aan jongerenwerkers, scholengemeenschappen en sportverenigingen, maar ook aan Zorg- en Veiligheidshuizen en de politie. Tevens is het belangrijk om de Aandachtsfunctionaris Radicalisering binnen je gemeente direct aan te haken en in kaart te brengen hoe groot dit probleem in jouw gemeente is.
Herken je dit en heb je vragen voor ons?
Heeft jouw gemeente behoefte aan ondersteuning op het gebied van (online) radicalisering of andere CTER-vraagstukken? Wij kunnen je helpen om signalen te herkennen middels het geven van bewustwordingssessies. Ook kunnen we jouw organisatie ondersteunen met onder andere het schrijven van beleidsplannen, het optimaliseren van werkprocessen of het opzetten van een integrale samenwerking middels een plan van aanpak.